Eén met de Oostenrijkse Bergen

Het is alsof je de overbekende ansichtkaart zelf instapt. Toch is sneeuwschoenwandelen niet iets dat je zo snel bedenkt om te gaan doen. Voor de niet-skiër is het echter één van de mooiste manieren om de sneeuw te beleven. Ver weg van geprepareerde pistes en zonder al te vermoeiende hellingen, maar vol nostalgie en winterromantiek.

We zijn net aangekomen in het door toeristen nauwelijks opgemerkte pittoreske Kals am Großglockner, een verzameling typische Oost-Tiroler huizen die – natuurlijk – rond een prachtig kerkje zijn gegroepeerd. Een oase van rust en vriendelijkheid, zo zal de komende dagen blijken. En romantisch, want die avond staat er direct een vollemaanswandeling op het programma waarbij we ook een uitleg krijgen, in het Engels welliswaar, over “Fractal Art”.

Met veel laagjes kleding over elkaar, flinke handschoenen aan en een dikke muts op worden we ontvangen door Margit Riepler, opzichter in het Nationalpark Hohe Tauern. Zij neemt ons mee vanuit het Lucknerhaus (1918 meter) waar we heerlijke Tiroler Knödel met zuurkool en Kaisersmarren (een soort pannenkoek) eten. Het hotel-restaurant aan het einde van de Kalser Glocknerstraße biedt bovendien het beroemde uitzicht op de Großglockner (met 3798 meter de hoogste berg van Oostenrijk).

De hemel gitzwart, hier en daar fonkelt een ster. Godzijdank staat er geen wind; het is met -18 °C al koud zat. De volle maan beschijnt ons pad sprookjesachtig en laat het sneeuwdek twinkelen. Alsof de zon net opkomt, zo veel licht. Margit vindt het heerlijk ons alles te vertellen over de bergen om ons heen en over de oude lariks die als een parasol de sneeuw vasthoudt. Lees ook deze post over Tallin en Estland, weer heel iets anders.

Boven aangekomen, drinken we bij de hut een heerlijke hete sinaasappelthee (thee met uitgeperste verse sinaasappelsap, een echte aanrader) uit de thermoskan. Het uitzicht is adembenemend, maar helaas klungelen we te lang om de sfeerverhogende fakkels te laten branden, zodat we uiteindelijk totaal verkleumd aan de terugreis beginnen. Maar dat is dan wel weer volop genieten. Door het ritme van het lopen en het luisteren naar je eigen ademhaling raak je in een soort trance. Soms gaat het over een smalle richel en hoop je dat je niet uitglijdt; dan weer over een enorm wit ‘voetbalveld’. Er zijn stukken zo steil dat je je lekker kunt laten glijden, onder de bomen door, langs struiken…Afwisseling genoeg.

De volgende ochtend gaan we vroeg op pad om in het naburige Defereggendal Hermann Mauthner te ontmoeten. Ook hij is van het Nationalpark Hohe Tauern (met 1800 km² het grootste natuurpark van Midden-Europa) en gaat met ons op sneeuwschoenen de bossen in om dieren en/of hun sporen te zoeken. Wij vinden een eekhoorntjesspoor, diverse sneeuwhaas- en veel vossensporen.

Hij wijst ons grote ovaalvormige (typisch voor deze vogel) gaten die de zwarte specht heeft gehakt in een boom om mieren te kunnen eten. Als we langs een soort uitgegraven holletje komen, vertelt Hermann: “Dit is een opgegraven voedselvoorraad van de Tannenhäher, de Notenkraker. Meer nog dan de eekhoorn verstopt hij lekkere dennenappels en andere zaden in de grond. Van de 50.000 tot 100.000 (!) noten die hij verstopt, weet hij er maar liefst 80-90 procent van terug te vinden.” Ik sla maar over, ik moet toch een beetje op m’n gewicht letten…

Op een zonovergoten stuk open terrein haalt Herman zijn telescoop te voorschijn. Na even zoeken heeft hij gemzen in het vizier. Voor de natuurliefhebber is het fantastisch om op de berg aan de overkant de goudbruine grazers te zien. Vlakbij kabbelt een riviertje door de dikke sneeuwlagen. Ongelooflijk, wat is het hier toch mooi en wat is het heerlijk om in zo veel rust van de natuur te kunnen genieten.

Hoog boven de bergen cirkelt een steenarendpaar op zoek naar sneeuwhazen of marmotten. Zij wonen hier al jaren. Hermann weet twee oude nesten te zitten, elk anderhalve meter in doorsnee. Ieder jaar wordt er een vers nest gebouwd omdat de jongen anders ten onder gaan aan het vele ongedierte dat zich ondertussen in zo’n broedplaats heeft genesteld.

Via een hogere weg gaan we terug. Soms door dichte bebossing, dan over open plekken waar de zon flink brandt. Het was een zeer leerzame wandeling. Als ik op een gegeven moment denk berensporen te hebben ontdekt, blijken het onze eigen sporen te zijn en zijn we al bijna terug bij het busje dat ons ‘thuis’ zal brengen…

Met een paar brede onderstellen onder je gewone (stevige berg)schoenen, vastgezet met goede bindingen, en met telescoopskistokken in je handen stap je makkelijk door diepe poedersneeuw. Zo kun je zonder veel oefening en ervaring weglopen en een tocht maken om op prachtige plekken te komen – dwars door de bossen bijvoorbeeld – die voor (langlauf)ski’s onbereikbaar zijn.

Het klinkt niet moeilijk en dat is het ook niet. Het is een kwestie van die schoenen goed onderdoen en lopen maar. Maar dat het nou alleen wat is voor 50-plussers kan ik ook weer niet zeggen. Het is zo zwaar of licht te maken als je zelf wilt. Je moet natuurlijk wel van wandelen houden, van rust en van de natuur. Lees meer over de Großglockner hier

Author: Anne F

Share This Post On