FUNCHAL heeft veel te bieden

Een schitterend eiland met een subtropisch klimaat zonder één meter strand en toch geliefd bij duizenden toeristen. Hoe kan dat? Was het dan toch het glaasje madera, waarover Ted de Braak in lang vervlogen tijden zong, wat ons voor Madeira deed kiezen?

Nee, het drankje madera is in ons land nooit een topper geworden, hooguit in de keuken. Het zijn juist de moderne trends die Madeira opnieuw in de toeristische schijnwerpers hebben geplaatst. Vreemd genoeg staan die trends behoorlijk haaks op elkaar. Immers, wandelen langs de rustieke levadas (irrigatiekanalen) is heel wat anders dan de accu opladen aan de Atlantische Oceaan, in luxueuze zwembaden op 608 kilometer van Marokko en 1000 kilometer van Lissabon. Het éne doen en het ander niet laten – dat lijkt geen gek voorstel.

Madeira is plotseling weer een topper, na de afgelopen tien jaar behoorlijk verbleekt te zijn geraakt, onder andere omdat de wijn het bij ons van de madera won en we borduurwerk en bloemenpracht dichter bij huis ook kunnen aantreffen. Het is dus bepaald niet vreemd, dat Madeira lang het imago had van een wat oubollig eiland, waar de conservatieve Britten zich het meest thuis voelden. Nadat Joao Concalves Zarco in 1418 bij een ontdekkingstocht langs de Afrikaanse kust door een storm beschutting moest zoeken op Porto Santo (37 kilometer naar het noordoosten gelegen en wèl in het bezit van zilverwitte stranden) werd een jaar later Madeira ontdekt.

Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw verscheen Madeira op de toeristische kaart. Vooral de wat ouderen kozen voor de hoofdstad Funchal, omdat de ambiance daar ontspannen is. Op een handvol vierkante kilometers heeft Funchal veel te bieden: een bedrijvige haven, veel historische bezienswaardigheden, uitstekende restaurants en prachtige winkels. De stress en hectiek zijn hier ver te zoeken en gekscherend zeggen de inwoners van Funchal vaak over de veiligheid: “Als hier morgen wordt ingebroken staat het gisteren in de krant…”

Rond vijf uur in de middag ondergaat Funchal een metamorfose. De Avenido do Mar langs de jachthaven met veel visrestaurants, is dan het domein van honderden wandelaars. De oude Engelse chic, door de zon gekleurd als een gekookte Hollandse garnaal, heeft zich opgedost (zij lange rok; hij onberispelijk colbert) en maakt een wandeling naar het Reid’s Palace Hotel aan de Estrada Monumental, waar een uitgebreide ‘tea’ wacht. De kroonluchters werden er in 1891 opgehangen en de zwembaden worden omgeven door statige palmbomen.

De wat meer eigentijdse toerist weet Madeira intussen ook te vinden. Met volle vliegtuigen arriveren ze op de – met EU-geld gemoderniseerde – luchthaven Santa Catarina. Het is dus helemaal niet vreemd als je in de namiddag de opgepoetste ‘rich and famous’ ziet wandelen naast de voetbalbroekjes en shirtjes met namen als Manchester United en Liverpool.

Op dat moment zijn de echte, sportieve wandelaars moe maar voldaan per bus op weg naar hun hotel in Funchal. Aan het einde van de Avenido do Mar ligt een groot busstation en vandaar begint ‘s morgens – met eerst een korte bustocht naar het binnenland – de wandeling voor de geoefende tippelaar langs de levadas, die in totaal 2150 kilometer lang zijn. Een wirwar van waterweggetjes op een eiland dat 19 kilometer lang en 50 kilometer breed is. Het regenwater wordt aan de natte noordzijde van het eiland in reservoirs en meren opgevangen en vervolgens door de levadas naar het droge zuiden geleid. Het water is bestemd voor de bananenplantages, wijngaarden (madera) en groentekwekerijen. Zie ook ons Rungis-artikel.

Wij liepen de 12 kilometer levadawandeling van Ribeiro Frio (koude beek) naar Portela. Proviand mee en altijd denken aan een jasje en een zaklantaarn. In de bergen is het vaak kouder en de zaklantaarn is nodig om met droge voeten door lange, natte tunnels te lopen. Een prachtige belevenis: schitterende vergezichten, ijzingwekkende dieptes, vooral de stilte ervaar je als een mooi geschenk en het landschap verandert steeds. Andere levada-wandelingen beginnen bij Rabacal.

“Vroeger wandelde alleen het geitenwollensokkenvolk”, weet Rob Veltman, general-manager van Crowne Plaza Resort Madeira zich te herinneren. Voordat Veltman naar Funchal vertrok, leidde hij gerenommeerde hotels in Amsterdam. Hij heeft het toerisme op Madeira zien veranderen en zegt: “Het delftsblauw zie je in Nederland ook nog steeds in de toeristenwinkels. De oude, traditionele attracties als de tobogan (in een mandje op glijders de berg af), het rietwerk en tafelkleden hebben duidelijk concurrentie gekregen van het wandelen in de bergen en de ontspannen, maar vooral van perfect verzorgde vakanties in een resort met veel faciliteiten.”

Er is een duikschool, je kunt gaan zwemmen, paardrijden en natuurlijk golfen. “Wij zijn als bestemming nog te onbekend, maar dit Portugese eiland heeft slechts een beperkt promotiebudget”, zegt Veltman. Het is eigenlijk wel een beetje te vergelijken met Marseille, alleen dan een veel kleinere schaal.

Rond de kerst en de jaarwisseling barst Funchal uit zijn voegen, want dan zijn het vooral de Noord-Europeanen die het milde klimaat opzoeken. De zomermaanden zijn favoriet bij de Portugezen, die de hitte ontvluchten en de luwte zoeken bij een temperatuur van omstreeks 23 graden en vaak huizen bezitten in het koelere noorden. Een wolkendek, capacete (hoed) genaamd, trekt laat in het voorjaar en in de zomer vanuit het noorden soms over Funchal. De hoed doet de milde temperatuur amper zakken en zo is Madeira een van die vakantieplekken, waar je eigenlijk altijd zeker bent van constant aangenaam weer.

 

Author: Anne F

Share This Post On