Lekker zweten in Zweden

Een nachtje in een tentje op een onbewoond eiland vereist goede voorbereiding. Niets zo vervelend als in het donker een boom moeten vinden, rondzoemende muggen in je tentje en doornatte kleding. Een zaklamp, wc-papier, regenkleding, slaapzak en antimuggengel zijn dan ook geen overbodige luxe voor drie dagen kajakken en mountainbiken in het noorden van Zweden. Met een dosis humor doorstond ik de test. Nu nog wat meer werken aan de lichamelijke conditie. Want iets stevigere armspieren zijn ook zeer welkom…

“We gaan een geoefend parcours afleggen.”

En bedenkelijk vraagt de 53-jarige instructeur, die eruitziet als Clint Eastwood in zijn jongere jaren: hier en daar wat rimpels, maar een afgetraind lichaam zonder een grammetje vet, of ik mijn bovenarmen veel train? Nou, nee. De enige krachtsinspanning die mijn armen hebben, is het tillen van overvolle boodschappentassen. Ik mompel dat ik wel wat vechtsportervaring heb, maar als ik naar mijn armen kijk, en de kleine welving, waar de spierballen zich zouden moeten tonen, word ik toch wat nerveus.

Pedalen

De kajaks worden bevoorraad met kampeerspullen en etenswaren waar we een week van kunnen leven. Een uiterst charmant ‘jurkje’ dat aan de kajak wordt bevestigd, moet voorkomen dat de boot water maakt, en alles is gemaakt van oerdegelijk rubber plaat materiaal waar ook rubber pakkingen van worden gemaakt.

Reddingsvest eroverheen en we kunnen van start. Op het droge oefenen we eerst de peddeltechniek. ” Je kunt het beste je hele bovenlichaam gebruiken en niet alleen je bovenarmen” , legt Clint uit. Dat knoop ik goed in mijn oren, ik moet het tenslotte van de techniek hebben. Eenmaal in de boot ontdekken we het verschil tussen een kajak en een kano: in de kajak zitten twee pedalen waarmee je kan sturen. Ideaal.

Ondertussen is de wind aangetrokken en beginnen zich golven te vormen op het oppervlak van de zee. Ik steek de peddel rechts voor me in het water en trek ‘m naar me toe om vervolgens aan de linkerkant hetzelfde te doen. Na tien slagen ben ik doorweekt. Toch die peddel maar met iets meer beleid door het water halen, dan krijg ik niet bij elke slag een golf water in mijn nek.

Pas als de armen wat moe beginnen te worden, herinner ik me de techniek: bewegen met je hele torso. Langzaam krijg ik het ritme te pakken. Het voelt heerlijk, vrij, je eigen koers kiezend op het in de zon schitterende water. We varen op de grens van de Alandzee, ten noorden van de Baltische Zee, en om ons heen doemen af en toe vogels op. In de verte is de veerboot naar Helsinki te zien, voor de rest zien we urenlang alleen maar water. Dit deel van Zweden dat Vaxholm, Österaker, Norrtälje en Östhammer omvat, heet Roslagen, van het oude woord ‘rodzlag’, een oude verwijzing naar de strijdende bemanning van een roeiboot.

Voor een kop warme thee meren we aan op een van de 13.000 eilanden die Roslagen rijk is. Zoet brood en koekjes geven de kracht om door te peddelen naar het Noorden, waar het volgens de gids mooier en makkelijker is om een tentje op te zetten. “Kijk daar” , roept Clint ineens opgewonden. Een gestalte zo groot als een mens staat aan de rand van een van de eilandjes. Het is een zeearend, de grootste arend van Europa. Alsof hij betrapt is, stijgt hij op met zijn meterslange vleugels en verdwijnt achter de horizon.

Het is nog licht als we om 10 uur ‘s avonds het eiland Käringboskär kiezen om te overnachten. De zon gaat vannacht niet onder. Na onze – ondanks de waterbeschermende jurkjes – natte kleren te hebben omgewisseld voor droge, zetten we de tentjes op, op de vlakste stukken rots die we kunnen vinden. Een zoektocht naar wc-papier volgt, maar bij het overpakken van de spullen in een kleinere tas blijk ik deze vergeten te zijn, evenals mijn zaklamp, zakmes, droge sokken en zonnebrand. Daar gaat de goede voorbereiding.

Met kletsnatte schoenen en spijkerbroek kom ik terug van mijn toiletbezoek achter de enige boom die ik kon vinden op het eiland. Wat bleek: het prachtige groene mos achter de rotsen, was meer een moeras waar je tot je knieën in weg kan zakken. Met een nabonzend hart van de angst in een soort drijfzand terecht te zijn gekomen, warm ik mijn voeten bij het vuur. Een heerlijk gebakken visje, wijn, salade, pure chocolade en de nodige schnaps, doen wonderen en rozig rollen we onze tentjes in.

Badend in het zweet word ik de volgende ochtend wakker. Dorstig en naar lucht happend rits ik de tent, die dienstdoet als een Zweedse sauna, open. Het is acht uur ‘s ochtends, maar de zon schijnt al in alle hevigheid. Het lijke wel IJsland hier. Het uitzicht is prachtig: blauw, groen, af en toe het wit van een meeuw en verder… niets. Er staat ons vandaag nog zo’n 15 kilometer te wachten en bij de eerste slagen trekt er al een zeurende pijn door de bovenarmen.

Dat wordt een lange rit. Clint zet er de vaart in en blijft steeds tientallen meters voor ons peddelen, en wij doen ons uiterste best om hem bij te blijven. Om de twintig slagen moeten mijn pijnlijke armen wel even rusten, maar het voelt lekker om zo op het water in beweging te zijn. Het lachen is me echter vergaan, want mijn lippen zijn verbrand en uitgedroogd.

Gelukkig mag ik die avond een ontspannen nacht doorbrengen in Skärgardhuset. Maar uiteraard niet na een bezoekje aan de traditionele Zweedse sauna met uitzicht op het water. Dat vermindert helaas nog niet de vlammende spierpijn. In het vervolg toch mijn armspieren maar wat meer trainen.

Midzomernacht

De middernachtzon, de zon die zelfs ‘s nachts niet ondergaat, is één van de meest fascinerende natuurverschijnselen in Zweden. Van begin juni tot midden juli gaat boven de poolcirkel de zon dan niet meer onder.

Zie ook het artikel over Lama’s in de Oostenrijkse bergen

Author: Anne F

Share This Post On