MARSEILLE: Provence zonder kapsones

Voetballen kunnen ze, dat wisten we. Verder heeft Marseille geen beste reputatie. De tweede stad van Frankrijk trekt maar weinig toeristen, maar of dat nu terecht is? Op naar de ‘Poort van de Provence’ met z’n reusachtige jachthaven aan de Middellandse Zee en z’n heerlijke bouillabaisse. Per razendsnelle TGV of met Transavia’s BasiqAir ben je er tegenwoordig in een wip.

Is me dat even schrikken: zodra de deuren openspringen, worden we in de metro van Marseille ineens overvallen door zeker tien groene baretten, die bliksemsnel strategische posities innemen tussen de passagiers. Gemillimeterde koppen boven camouflagepakken op gepoetste kistjes, hun boze blikken op oneindig, machinegeweren gericht op de verbouwereerde inzittenden met boodschappentassen. Bienvenue à Marseille!

“Eleven septembre, monsieur!” reageert een politieman die kennelijk deel uitmaakt van ‘t overvalteam, als ik hem op fluistertoon vraag of er soms problemen zijn. “Controle!”

Marseille: altijd met de rug naar Parijs, de blik op de Oriënt. De tweede stad van Frankrijk met de belangrijkste haven van dit immense land heeft onmiskenbare banden met le monde Arabe. Als je niet beter zou weten en hier aan een parachute zou worden neergelaten, dan zou je zweren dat je in Casablanca bent aangeland. In complete stadswijken is de voertaal Arabisch, wapperen de hoofddoekjes in de mistral, gooit men volgens Arabische traditie al z’n rotzooi op straat, waaiert keiharde Arabische muziek uit open autoramen, bieden Noord-Afrikaanse gauwdiefjes, scharrelaars en andere rakkertjes met snelle scooters hun contrabande aan en ruikt ‘t naar shoarma en kebab, als een scherpe urinelucht tenminste niet domineert, want wildplassen is hier norm.

Wie met de supersnelle TGV net is aangekomen op het imposante station Saint-Charles, midden in de stad, of daar met de pendelbus van het vliegveld is gedropt, die schrikt wel even van de eerste kennismaking met groezelig Marseille: het is daar net een souk.

Oude haven

Maar als je dan over La Canebière, slagader van deze doorleefde smeltkroes, langzaam afzakt naar le Vieux Port, naar de oude haven die eigenlijk de wieg is van Marseille, dan zie je een heel ander karakter van deze bruisende metropool met een miljoen inwoners, die met promotiecampagnes, opknapbeurten en grote restauratieprojecten de laatste tijd veel moeite doet om z’n reputatie van criminaliteit, corruptie en onaangepast gedrag van de immigrantenbevolking uit de oude koloniën van zich af te schudden.

Zo’n 2600 jaar geleden al streken hier de eerste vluchtelingen neer, Grieken die door de Perzen waren verjaagd uit Phocaea, in het huidige Turkije. Massalia noemden zij de plek waar zij een veilige vluchthaven vonden. De Romeinen, die hier later neerstreken, spraken van Massilia. Bij de wederopbouw na de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog ontdekte men vlak bij de haven prachtige overblijfselen uit de Romeinse tijd. Daarvan werd, nog voordat men aan het herstel van het havenkwartier begon, op de vindplaats het Musée des Docks Romains ingericht, een schitterende collectie beelden, ornamenten, mozaïeken en amforen.

Tegenwoordig liggen in de oude haven, thans de grootste plezierhaven van Europa, duizenden jachten te wachten op hun eigenaren, die vooral in de weekeinden met hun gasten de schitterende baai in trekken, waar het juist in het najaar nog heel goed zeilen is. Langs de havenkade met palmbomen vind je de mooiste restaurants, vrijwel altijd open, zoals het populaire terras van La Samaritaine, waar de obers bijna on-Frans vriendelijk zijn en de plat-du-jour altijd lekker is, zeker als het vis betreft.

Over vis! Marseille ís vis, de thuishaven van de bouillabaisse, de beroemde ratjetoe van gestoofde vis, met vooral veel rascasse en zeehaan, én natuurlijk de zogenoemde rouille, een gepeperde mayonaisesaus. Het Bouillabaisse Genootschap houdt toezicht op de kwaliteit. Elke Marseillais is connaisseur en heeft z’n favoriete stek voor bouillabaisse. De een zweert bij Miramar aan de Quai du Port, de ander zit liever Chez Michel aan de Rue des Catalans, maar wie echt lekker vis wil eten op een unieke plek, die zou eigenlijk – weg van de massa – naar het oude haventje Vallon des Auffes moeten gaan. Schuif daar gerust aan bij l’Epuisette of Chez Jeannot. Meer zeg ik niet.

Dat is nou altijd de makke met Frankrijk: je bent nog maar nauwelijks binnen of je zit al te eten of aan de pastis.

Gillende sirenes van de politie hoor je ook rond de haven de héle dag, Marseille lijkt daardoor in een permanente staat van alarm, een soort Chicago. Het stadslawaai valt als het ware over je heen. Maar de lokale bevolking, waarvan de meerderheid op straat verscholen gaat achter trendy zonnebrillen, trekt zich daar kennelijk niets van aan.

“Er komen hier steeds meer jongelui wonen”, zegt Juliette (76), Marseillaise die al haar hele leven in Le Panier woont, een oude woonbuurt waar vroeger veel bakkerijen waren. Achter het barokke stadhuis aan de Quai du Port, in het oudste deel van deze oudste Franse stad, zijn we deze rustige wijk ingelopen, ingeklommen eigenlijk, want je moet, om de wirwar van knusse straatjes in het hart van Le Panier te bereiken, eerst een nogal flinke trap beklimmen.

“Mijn knieën willen niet meer zo erg”, zegt Juliette met haar pretoogjes, als ze halverwege de trap wat op adem moet komen. Dit is het Marseille van de schrijver Marcel Pagnol: Le Panier was tot voor kort een vervallen achterbuurt van schobberdebonken, armoedzaaiers, verslaafden en maffia, maar de typische wijk vol intieme steegjes en pleintjes met olijfbomen is de afgelopen jaren beetje bij beetje opgeknapt, nu wil iederéén er wel wonen en kost een piepklein tweekamerappartement er al minstens een kwart miljoen euro. Tegen die absurd gestegen huizenprijzen is ook verzet: her en der wordt de Agence du Panier op blinde muren voor escrocs (oplichters) uitgemaakt.

Armenhuis

La Vieille Charité, een voormalig armenhuis uit de 17e eeuw dat met z’n koepel in de vorm van een omgekeerde badkuip de buurt domineert, werd onlangs volledig gerestaureerd en er zijn verschillende exposities te zien, moderne kunst maar ook een fraaie collectie uit de Egyptische oudheid, de tweede van Frankrijk na het Louvre.

Het karakter van de binnenstad rond de oude haven is de afgelopen decennia compleet veranderd: de grote commerciële scheepvaartactiviteiten spelen zich nu net buiten de stad af, waar reusachtige containerhavens in continudienst mammoetschepen afwerken, en ook de honderden vissersboten leveren hun vangsten tegenwoordig af bij hypermoderne koelhuizen ver weg van de Vieux Port. Rond de oude haven vind je geen vissenkoppen meer, je struikelt er tegenwoordig over de hondendrollen van deftige Marseillais die hier hun viervoeter uitlaten.

Toerisme is nu het toverwoord en Marseille heeft de weekend-tripper best wat te bieden, al zijn sommige restaurants tijdens de grote vakantie eenvoudigweg gesloten omdat de uitbaters dan doodleuk zelf ook met vakantie gaan, à la Française. Zelfs het kleine ferrybootje waarmee je normaal gesproken voor een halve euro in vijf minuten de haven halverwege kunt oversteken van het oude raadhuis naar de Quai de Rive Neuve, is uit de vaart wegens de vakantie. Daarom wandelen we, langs de haven, terug naar La Canebière, voorbij de imposante Beurs en de Kamer van Koophandel, rechts het snelkloppende winkelhart van de stad in waar het stikt van de trendy modezaken, richting Cours Julien, alweer een hele klim. Marseille is door alle hoogteverschillen een wat vermoeiende doolstad. De Cours Julien heeft veel mogelijkheden voor een prima lunch, het Palais du Liban bijvoorbeeld biedt natuurlijk tabouleh, kibbenaye en andere tongstrelende Libanese specialiteiten. Met z’n oriëntaalse keuken mag ook Dar Djerba er zijn, al komt daarboven nogal lawaaiige rapmuziek uit de ramen. Wij kozen voor Le Clou vanwege z’n rustige binnentuin. Je eet er supèr.

Eiland

Twintig minuten duurt de boottocht van de Quai des Belges aan de oude haven naar Château d’If, op het kleinste van drie eilandjes voor de kust. If is een oude gevangenisburcht vol kwelkelders, het Alcatraz van Marseille, waar vluchten een onmogelijkheid was. Alleen de romanhelden van Alexandre Dumas wisten er te ontsnappen, lees zijn verhalen over de Drie Musketiers en de Graaf van Monte Cristo er maar op na. Je kunt er deelnemen aan een gruwelronde langs de kerkers. Maar je kunt ook lekker buiten blijven, kijken naar het uitgestrekte Marseille, qua oppervlakte groter dan Parijs. La Bonne Mère torent boven Marseille uit, al staat het vele meters hoge, glinsterend gouden Mariabeeld boven op de basiliek van Notre-Dame de la Garde, symbool van de stad, tijdelijk in de steigers.

Energieke Christine van het Office du Tourisme wilde me per se naar de kerk brengen, dus namen we een taxi naar boven en je hebt ook daar inderdaad een machtig uitzicht over de stad, maar bij het zien van al die toeristenbussen was ik er toch al snel mee klaar. Liever ga ik de benedenstad zelf verkennen.

Wie van mooi uitzicht houdt, kan sowieso beter een drankje gaan drinken op de veranda van het Sofitel, op een rotspunt bij de haven. Ga dan bij voorkeur tegen het vallen van de avond, het is een schitterend kijkplekje.

Maar je kunt (met bus 83) ook naar het Parc Borély gaan of naar de Corniche, naar een van de natuurstranden of naar het kilometerslange, opgespoten Prado-zandstrand van Marseille. Dat is meer iets voor mij, doen zoals de Marsaillais doen. Vooral in de namiddag is het er een drukte van belang. Prachtig gebruinde jongelui die er surfen, skaten, joggen, mountainbiken en elkaar achternazitten dat het een feest is. Ouderen spelen er pétanque of wandelen er gearmd. Toeristen vind je hier nauwelijks, in elk geval niet in onontkoombare, luidkeels-Duitse massa’s zoals langs de Côte d’Azur. Wel veel moeders met jonge kinderen, beweeglijke tieners alom en óvervolle terrassen. Dit is het Marseille van Yves Montand. Hier vermáákt Marseille zich, een verrukkelijk gezicht. Uren heb ik er zitten kijken. Wat is er toch zo aantrekkelijk aan Marseille? Ineens zie je het, weet je het: in Marseille is de Provence zichzelf, zonder kapsones.

Author: Anne F

Share This Post On