Cape York in Australië-Postbode in het grote niets

Wie op zoek is naar de uitersten in het verkennen van onherbergzame, haast uitgestorven gebieden, moet beslist eens naar Cape York in Australië. Vrijwel de enige manier om er te reizen is met het dagelijkse postvliegtuig. Onze reporter vloog mee met piloot Bill. De volgende video (weliswaar in’t Engels) geeft een goede indruk van de regio:

Cape York is een van de meest afgelegen gebieden van Australië. Het is groter dan Texas, maar kent minder inwoners dan Texel. Te ruig, te heet (en hun zomer begint nu zo’n beetje). En voor toeristen nauwelijks te bereizen. Dat wil zeggen: over land. Want er is altijd nog de vliegende postbode.

Hoe uiteenlopend of zonderling de bewoners van dit immense schiereiland ook mogen zijn: allemaal krijgen ze post, ook de deelnemers aan het MAHEVA project (click op de link). Cape York Air vliegt vanuit Cairns zes dagen per week verschillende routes over het schiereiland in het noordoosten van Australië. Hun kleine Cessna’s bieden ook nog plaats aan maximaal twaalf passagiers. De perfecte manier om in vogelvlucht een indruk van de Kaap te krijgen.

Oranjerode wanden en grillige toppen
Op deze woensdag is Bill de postbode annex piloot op de 1500 kilometer lange rondvlucht naar Heathlands. Na het opstijgen koerst hij af op het Daintree National Park, het oudste stukje regenwoud ter wereld. Na niet al te lange tijd dunt de begroeiing uit en verandert het landschap. Groen maakt plaats voor het oranjerood dat het Australische continent zo typeert. Geen steile wanden en grillige bergtoppen meer, maar een heuvellandschap dat er als een verfrommeld laken bij ligt.

Read More

New York op Hollandse leest…

Get out!“, schaterlacht barman Josh van een van New Yorks beroemdste café’s, P.J. Clarke’s aan Third Avenue. Hij heeft geen idee waar de naam Yankees vandaan komt. Maar dat het in vervlogen tijden een scheldnaam van de Zuiderlingen zou zijn geweest voor de New Yorkers, omdat die allemaal Jan en Kees heetten gaat er bij hem niet in.

Oké, dat de Dutch something to do hebben gehad met de stad, weten de meeste New Yorkers wel. Maar hoe groot de Nederlandse invloed op de stad is, weten maar weinigen. En dat is zonde, vindt Mary Farrell. Als directeur van het observatiedek op de zeventigste verdieping van het beroemde Rockefeller Building laat ze New York jaarlijks aan honderdduizenden mensen vanuit de lucht zien. ,,New York is waanzinnig indrukwekkend. En dan te beseffen dat de stad gesticht is door Hollanders…”

De Hollandse bemoeienis met wat tegenwoordig toch wel als bekendste stad ter wereld geldt, begon bijna vierhonderd jaar terug. In 1609 ging het VOC-schip Halve Maen met aan het roer Henry Hudson op ontdekkingsexpeditie. Het eigenlijke doel was om een nieuwe, noordelijke route naar ‘de oost’ te vinden. Maar omdat ijs die doorgang blokkeert zet hij koers de andere kant op. Hij bereikt Amerika via, hoe kan het ook anders, de Hudson River.

Read More

Eén met de Oostenrijkse Bergen

Het is alsof je de overbekende ansichtkaart zelf instapt. Toch is sneeuwschoenwandelen niet iets dat je zo snel bedenkt om te gaan doen. Voor de niet-skiër is het echter één van de mooiste manieren om de sneeuw te beleven. Ver weg van geprepareerde pistes en zonder al te vermoeiende hellingen, maar vol nostalgie en winterromantiek.

We zijn net aangekomen in het door toeristen nauwelijks opgemerkte pittoreske Kals am Großglockner, een verzameling typische Oost-Tiroler huizen die – natuurlijk – rond een prachtig kerkje zijn gegroepeerd. Een oase van rust en vriendelijkheid, zo zal de komende dagen blijken. En romantisch, want die avond staat er direct een vollemaanswandeling op het programma waarbij we ook een uitleg krijgen, in het Engels welliswaar, over “Fractal Art”.

Met veel laagjes kleding over elkaar, flinke handschoenen aan en een dikke muts op worden we ontvangen door Margit Riepler, opzichter in het Nationalpark Hohe Tauern. Zij neemt ons mee vanuit het Lucknerhaus (1918 meter) waar we heerlijke Tiroler Knödel met zuurkool en Kaisersmarren (een soort pannenkoek) eten. Het hotel-restaurant aan het einde van de Kalser Glocknerstraße biedt bovendien het beroemde uitzicht op de Großglockner (met 3798 meter de hoogste berg van Oostenrijk).

Read More

Estland: Een land bomvol potentie

Estland is een land dat het toeristisch gaat maken. De hoofdstad Tallinn bestaat uit ridderkastelen, hellende straatjes en knusse cafés. De Estse natuur is ronduit verbluffend. En het mooie is dat je een bezoek aan dit noordelijke Baltische land prima kunt combineren met een uitstapje naar St. Petersburg (Rusland) of Helsinki (Finland).

Het centrum van Tallinn is gebouwd op een heuvel, waar de Denen zo’n 800 jaar geleden een groot kasteel bouwden. Van dat kasteel is niets meer over, maar gelukkig hebben drie laat-middeleeuwse torens de tand des tijds weten te doorstaan. Ze zijn in zo’n goede staat dat je je makkelijk kunt inbeelden hoe ridders in en om de toren geleefd moeten hebben.

En zo gaat het constant als je in Tallinn bent: de donkere hellende steegjes, de oude stadsmuur, de torenspitsen en de gildenhuisjes: ze zorgen ervoor dat beelden uit het verleden als historische films op je netvlies verschijnen. Ridders die op bezwete paarden door de stad denderen, markten vol leurende kooplui, prinsen en prinsessen. Ja, Tallinn doet mijmeren.

Read More

Lekker zweten in Zweden

Een nachtje in een tentje op een onbewoond eiland vereist goede voorbereiding. Niets zo vervelend als in het donker een boom moeten vinden, rondzoemende muggen in je tentje en doornatte kleding. Een zaklamp, wc-papier, regenkleding, slaapzak en antimuggengel zijn dan ook geen overbodige luxe voor drie dagen kajakken en mountainbiken in het noorden van Zweden. Met een dosis humor doorstond ik de test. Nu nog wat meer werken aan de lichamelijke conditie. Want iets stevigere armspieren zijn ook zeer welkom…

“We gaan een geoefend parcours afleggen.”

En bedenkelijk vraagt de 53-jarige instructeur, die eruitziet als Clint Eastwood in zijn jongere jaren: hier en daar wat rimpels, maar een afgetraind lichaam zonder een grammetje vet, of ik mijn bovenarmen veel train? Nou, nee. De enige krachtsinspanning die mijn armen hebben, is het tillen van overvolle boodschappentassen. Ik mompel dat ik wel wat vechtsportervaring heb, maar als ik naar mijn armen kijk, en de kleine welving, waar de spierballen zich zouden moeten tonen, word ik toch wat nerveus.

Pedalen

De kajaks worden bevoorraad met kampeerspullen en etenswaren waar we een week van kunnen leven.

Reddingsvest eroverheen en we kunnen van start. Op het droge oefenen we eerst de peddeltechniek. ” Je kunt het beste je hele bovenlichaam gebruiken en niet alleen je bovenarmen” , legt Clint uit. Dat knoop ik goed in mijn oren, ik moet het tenslotte van de techniek hebben. Eenmaal in de boot ontdekken we het verschil tussen een kajak en een kano: in de kajak zitten twee pedalen waarmee je kan sturen. Ideaal.

Read More

Skatend de wereld over

Het begon zoals het zo vaak gaat. Stelletje vrienden organiseert iets, en voor je het weet is de groep wel heel erg uitgedijd. Lex van Buuren is de tel kwijt geraakt, maar vermoedt dat hij inmiddels zo’n 5000 skatende Nederlanders door steden als Berlijn, Barcelona, New York en Parijs heeft geloodst. “Alleen al vorig jaar hebben we met 750 landgenoten Parijs doorkruist.”

En hoewel hij iedere straathoek van Parijs inmiddels kan uittekenen, bekruipt hem nog altijd een gevoel van opwinding wanneer hij zijn skates onderbindt aan de start van de Paris Roller. “Het is werkelijk geweldig om door een buitenlandse stad te rollen. Dat vrijheidsgevoel is uniek, bovendien ontdek je plekjes waar je anders nooit zou komen.”

De Amsterdammer zag in 2014 dat hij en zijn vrienden niet de enigen waren die enthousiast raakten van zo’n skatetochtje. En dus riep hij reisorganisatie Skate-A-Round in het leven, huurde bussen en toog met een groep skaters naar Parijs. “In het begin was het echt pionieren. Zo stond ik met mijn mond vol tanden toen wij eens aan de start verschenen en er een conflict bleek tussen de organisatie van Paris Roller en de politie. De tocht werd afgeblazen, terwijl daar tienduizend man stonden te wachten. Uiteindelijk is het een van de leukste tochten geworden; we zijn gewoon gaan rollen! Als zo’n groep skaters tegelijk een kruising oversteekt, dan wacht het verkeer vanzelf.”

Read More

MARSEILLE: Provence zonder kapsones

Voetballen kunnen ze, dat wisten we. Verder heeft Marseille geen beste reputatie. De tweede stad van Frankrijk trekt maar weinig toeristen, maar of dat nu terecht is? Op naar de ‘Poort van de Provence’ met z’n reusachtige jachthaven aan de Middellandse Zee en z’n heerlijke bouillabaisse. Per razendsnelle TGV of met Transavia’s BasiqAir ben je er tegenwoordig in een wip.

Is me dat even schrikken: zodra de deuren openspringen, worden we in de metro van Marseille ineens overvallen door zeker tien groene baretten, die bliksemsnel strategische posities innemen tussen de passagiers. Gemillimeterde koppen boven camouflagepakken op gepoetste kistjes, hun boze blikken op oneindig, machinegeweren gericht op de verbouwereerde inzittenden met boodschappentassen. Bienvenue à Marseille!

“Eleven septembre, monsieur!” reageert een politieman die kennelijk deel uitmaakt van ‘t overvalteam, als ik hem op fluistertoon vraag of er soms problemen zijn. “Controle!”

Read More

KEUKENHOF bol van de kleuren

Maar liefst zeven inspiratietuinen heeft tuinarchitecte Jacqueline van der Kloet dit jaar ingericht in de Keukenhof, Nederlands allermooiste lentetuin. Spectaculaire thema- en trendtuinen, waar bezoekers vooral inspiratie kunnen opdoen voor hun éigen tuin. Geen wonder dus dat Jacqueline, al vele jaren verbonden met Lisse, haar nieuwe boek over de Keukenhof de naam ‘Inspiration’ heeft gegeven. Met dit prachtboek kun je dit voorjaar de hele Keukenhof én Jacqueline met al haar frisse tuinideeën mee naar huis nemen, als het ware.

Nog sluimert het 32 hectare grote park. Maar het belóóft wat, want dit jaar zijn maar liefst zeven miljoen nieuwe bloembollen geplant. De tuinlieden die de laatste hand leggen aan de inrichting zien nu elke dag méér kleur. “De lente is dit jaar uitzonderlijk laat”, constateert tulpenverzorger Jan Vrolijk (57), al zestien jaar tuinman in de Keukenhof. “Alleen volop sneeuwklokjes, de rest houdt zich onder de grond nog schuil voor de kou.”

“Maar dat kan nu van de ene dag op de andere omslaan”, weet Jacqueline. “Als de temperaturen wat gaan stijgen en er komt zo’n knapperig voorjaarszonnetje bij, dan is de hele Keukenhof ineens groen en dan, ja dán volgt ineens die immense explosie van bloemenkleuren, elk jaar weer een fabelachtige gewaarwording.”

Read More

FUNCHAL heeft veel te bieden

Een schitterend eiland met een subtropisch klimaat zonder één meter strand en toch geliefd bij duizenden toeristen. Hoe kan dat? Was het dan toch het glaasje madera, waarover Ted de Braak in lang vervlogen tijden zong, wat ons voor Madeira deed kiezen?

Nee, het drankje madera is in ons land nooit een topper geworden, hooguit in de keuken. Het zijn juist de moderne trends die Madeira opnieuw in de toeristische schijnwerpers hebben geplaatst. Vreemd genoeg staan die trends behoorlijk haaks op elkaar. Immers, wandelen langs de rustieke levadas (irrigatiekanalen) is heel wat anders dan de accu opladen aan de Atlantische Oceaan, in luxueuze zwembaden op 608 kilometer van Marokko en 1000 kilometer van Lissabon. Het éne doen en het ander niet laten – dat lijkt geen gek voorstel.

Madeira is plotseling weer een topper, na de afgelopen tien jaar behoorlijk verbleekt te zijn geraakt, onder andere omdat de wijn het bij ons van de madera won en we borduurwerk en bloemenpracht dichter bij huis ook kunnen aantreffen. Het is dus bepaald niet vreemd, dat Madeira lang het imago had van een wat oubollig eiland, waar de conservatieve Britten zich het meest thuis voelden. Nadat Joao Concalves Zarco in 1418 bij een ontdekkingstocht langs de Afrikaanse kust door een storm beschutting moest zoeken op Porto Santo (37 kilometer naar het noordoosten gelegen en wèl in het bezit van zilverwitte stranden) werd een jaar later Madeira ontdekt.

Read More

Proeven van de Waterlinie

De Chinezen hebben hun Grote Muur, wij hebben de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van 1815 tot 1963 stond deze 85 kilometer lange strook land tussen Muiden en de Biesbosch geheel in dienst van de verdediging van het vaderland.

Bij onraad, zoals in de Eerste Wereldoorlog en in 1940, liet men negen zogenaamde inundatiekommen vollopen met een laagje water dat net te ondiep was voor boten en net te diep voor zwaar materieel. De doorgangswegen en de hooggelegen gebieden werden bewaakt door zeven vestingen, vijftig forten en talloze andere verdedigingswerken.

‘Wie van onze Waterlinie proeft, sterft eraan’, was de leus. Maar niemand heeft eraan geproefd. De forten zijn gespaard gebleven voor krijgsgeweld en gelukkig ook voor de slopershamer. Op sommige plaatsen zijn de steden dichterbij gekropen, zoals bij Utrecht, maar het zuidelijke deel van de Waterlinie heeft nog steeds het karakter van een groene singel. Ook in de forten tiert de natuur welig. Enerzijds doordat de meeste forten met rust gelaten worden, anderzijds door een afwijkende ondergrond.

Read More